John Beasley conducts Brussels Jazz Orchestra playing MONK’estra

BJO’s projects have received international acclaim:
– 2011 South African Music Award in the category Best Traditional Jazz Album for “Mama Africa”
– 2011 Zilveren Griffel (NL) for audiobook “Vliegen tot de hemel”. BJO composed and performed the original soundtrack.
– 2011-2012 Golden Globe, BAFTA, César and Academy Award (Oscar) for soundtrack The Artist.
– In December 2013 the Brussels Jazz Orchestra topped off its twentieth anniversary with two Grammy Award nominations for its album Wild Beauty featuring Joe Lovano.

http://www.brusselsjazzorchestra.com/en/monkestra

CD Review: Dutch
Draaiomjeoren  http://www.draaiomjeoren.nl/
John Beasley presents MONK’estra Vol 1  (Mack Avenue MAC1113, 2016)

“All year I haven’t encountered more adventurous big band jazz like this. Even ‘Round Midnight’ sound like new, with a languid rockbeat on which the melody floats, stately/mightily like a cruiseship. Een fairytale in full-color.  Those who can turn classic Monk compositions inside out and turn it into fresh eclectic music must have studied the matter well.”

Wie klassieke Monk-composities zó binnenstebuiten kan keren en er vervolgens ‘n dergelijk frisse eclectische muziek van kan maken, is diep in de materie gedoken. Klopt. Pianist en arrangeur John Beasley (55) was in zijn jonge jaren lid van de groep Thelonious van bassist Buell Neidlinger, die de krochten van Monk omspitte. Hij werkte, in Los Angeles, ook met de voormalige Monkman Larry Gales. Beasley ontdekte dat die oude Monk-nummers uit de jaren veertig en vijftig meer te bieden hadden dan de modale muziek waarmee het merendeel van zijn leeftijdgenoten zich onledig hield.

Wellicht niet helemaal toevallig begint de schijf met ‘Epistrophy’, een van de vroege composities van Thelonious Monk en de eerste die op de plaat terechtkwam. Dat was in 1942, door het orkest van trompettist Cootie Williams, die het als herkenningsmelodie gebruikte. Hier jongleert Beasley met tempi en hobbelende ritmes. Tegen het eindde halveren de trombones en de rieten het tempo nog eens. Toch heeft het nummer iets van de warme sonoriteit van het origineel behouden.

En zo verkent John Beasley het repertoire, alsof hij het labyrint doorkruipt in de buik van het schip waar Edgar Allen Poes Arthur Gordon Pym als verstekeling zit. Met Beasley ontdekken we dat het van Monk naar Mingus slechts een stap is, met dat shoutende demperwerk.

Zelfs ‘Round Midnight’ klinkt als nieuw, met ‘n lome rockbeat waarop de melodie drijft, statig als een cruiseschip. Een sprookje in full-color.

Als we dan de toffe bombast van ‘Little Rootie Tootie’ hebben gehad glijden we in ‘Coming On The Hudson’ het water over, de zomerschemering tegemoet. Op het laatst ziet niemand meer of we op een stoomboot zitten of in een heteluchtballon.

Avontuurlijker big band jazz ben ik dit jaar nog niet tegengekomen.

Share